Oekumenische Studentengemeente Utrecht

Home

Orgelproject

Het orgel

Missa Poetica

Bernard van Beurden

Culturele Zondagen

Bloemenmarkt-concerten

EUG

Informatie

Terugblik

Eerdere projecten



Logo orgelfestival   Janskerkorgel 150 jaar!

Het Bätz-Witteorgel in de Janskerk

In 2011 verrichte René van Weeren op verzoek van de festivalorganisatie onderzoek naar de geschiedenis van het huidige orgel in de Janskerk. Op grond van dit onderzoek heeft Wim Brunsveld de volgende samenvatting ervan geschreven.

Bij de ingebruikname op 26 mei 1861 werd het orgel bespeeld door de organist van de Domkerk, Wilhelm Johan Frederik van Nieuwenhuizen. Johannes Wagenaar werd als eerste vaste organist benoemd. Zijn salaris werd bepaald op 75 gulden per jaar en zou per kwartaal uitbetaald worden. Al na twee jaar werd hij opgevolgd door Johan Guise (tot 1897). Andere organisten die daarna lang dienst hebben gedaan in de Janskerk zijn Van Eck (26 jaar) en Johan Spelde (25 jaar).
Een onmisbare functie in de tijd dat er nog geen elektrische windvoorziening bestond, was die van balgentreder. Op 21 mei 1861 benoemden de kerkvoogden de heer S. Raadgever tot de eerste balgentreder van het nieuwe orgel. Hij zou deze functie bijna veertig jaar vervullen. In het begin van de 20e eeuw werd hij opgevolgd door de heer Barbier die dit werk tot 1923 deed. Toen nam de moderne techniek deze “handenarbeid” over. De laatste twee officiële balgentreders waren dus trouwe werknemers: hun opeenvolgende betrekkingen omspanden gezamenlijk een periode van ruim zestig jaar.
De firma Bätz-Witte, later Witte & Co. genaamd, verzorgde tot het faillissement van de firma in 1902 het reguliere periodieke onderhoud aan het orgel. Uit de rekeningen daarvan blijkt dat er buiten de gebruikelijke slijtage nauwelijks groot onderhoud aan het orgel nodig was. Pas na bijna 40 jaar, in 1898, was het nodig om iets uitgebreider onderhoud te plegen: naast het weer waterpas leggen van enkele verzakte windladen werden ook de frontpijpen gepolijst. Na het overlijden van J.F. Witte in 1902 nam de firma Maarschalkerweerd het periodieke onderhoud tijdelijk over. Kort daarna werd het jaarlijks onderhoud overgenomen door de firma van J. de Koff, de voormalige meesterknecht van de firma Bätz-Witte.

Tijdens de restauratie van de Janskerk in de periode 1938–1952 besteedde men de meeste kosten aan het restaureren van vloeren, wanden en gewelven. Wat het orgel betreft kon worden volstaan met een grondige schoonmaakbeurt….
Het eerste orgelspel na de restauratie klonk op 13 december 1952 tijdens een kerstconcert, gegeven door de nieuwe organist van de Janskerk, Johan Spelde (1923–2005). Spelde was op 1 november 1952 in dienst gekomen. Hij was tussen de heropening van de Janskerk in 1952 en het begin van de restauratie in 1977 de vaste organist van de Janskerk. Naast zijn functie als organist was hij ook cantor. In die periode werd onder zijn leiding de rol en de bekendheid van het Janskerkkoor steeds groter.

Studentenkerk
In 1970 ontstond de Evangelische Akademie Gemeente (E.A.G.) als samenwerkingsverband van hervormden en gereformeerden. 's Morgens werd een kerkdienst in de Janskerk gehouden en 's avonds in de Pieterskerk. Later werd samengewerkt met de Utrechtse Studentenparochie (U.S.P), o.m. in de vorm van oecumenische vieringen in de Geertekerk. Ook de Lutherse, Doopsgezinde en Remonstrantse kerken haakten aan.
Na voltooiing van de restauratie van de Janskerk in 1981 kon op de eerste zondag van september van dat jaar de Janskerk weer in gebruik worden genomen. Men ging na de dienst in de Geertekerk in optocht met het avondmaalsstel naar de Janskerk . Sindsdien gingen de E.A.G. en U.S.P. definitief samen als Evangelische Universiteits Gemeente (E.U.G.), met oecumenische vieringen in de Janskerk.
Werden aanvankelijk bij de vieringen geschoolde amateur-musici ingezet, in 1987 werd Theo Visser aangesteld als vaste professionele organist. In 1999 verruilde hij deze functie voor het organistschap van de Hooglandse Kerk te Leiden.

Het orgel verhuist
Tijdens de restauratie van ’77-’81 werd, i.v.m. de wens tot multifunctioneel gebruik van de Janskerk, nagedacht over twee mogelijke nieuwe locaties voor het orgel. De eerste variant was een plaatsing aan de westzijde, boven de ingang van de kerk. Daarvoor zou dan een nieuwe orgelopgang gebouwd moeten worden. Bij deze optie zou het orgel de functie voor de eredienst (die plaats zou vinden in het koor) grotendeels verliezen en meer de functie van concertorgel krijgen.
Bij de tweede mogelijkheid zou de rol van het orgel in de kerkdiensten behouden blijven. Na overleg tussen de kerkgemeente, de aannemer, de orgelbouwer en adviseur professor M.A. Vente, werd uiteindelijk besloten om het orgel te verhuizen naar zijn huidige plek aan de zuidwand van het koor.
Naast de wijziging van de plaats van het orgel werden door firma Flentrop nog een aantal andere wijzigingen doorgevoerd:

verwijdering van het klankbord boven het orgel
wijziging van de balustrade van de opgang naar het orgel
vergroting van het pedaal van C-c’ naar D-d’
aanbrengen van nieuwe, hechthouten platen aan de windladen.

Het orgel op zijn huidige plek is niet meer weg te denken uit de vieringen van de EUG Oekumenische Studentengemeente. Het orgel vervulde en vervult, samen met het Janskoor, een belangrijke rol in vele gewone, maar ook bijzondere vieringen. De EUG Oekumenische Studentengemeente maakt al vanaf 1999 dankbaar gebruik van de diensten en kwaliteiten van de vaste bespeler van het orgel, Mark van Kuilenburg.

De manualen van het orgel

foto Teunis Hol

Dispositie

De dispositie van het orgel luidt:

Hoofdwerk:
Prestant 8, Bourdon 16, Cornet 5-st., Roerfluit 8, Octaaf 4, Quint 3, Octaaf 2, Roerfluit 4, Mixtuur 3,4-st., Basson 16, Trompet 8

Bovenwerk:
Prestant 8, Viola 8, Holfluit 8, Salicet 4, Gemshoorn 2, Fluit 4

Pedaal:
Subbas 16, Violon 8, Koppel HW